<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
	<channel>
		<title> blog</title>
		<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/</link>
		<atom:link href="https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/" rel="self" type="application/rss+xml" />
		<description></description>

		
		<item>
			<title>Shoppen</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/shoppen/</link>
			<description>&lt;p&gt;Shoppen is niet alleen een beetje leuk winkelen.  Nee, shoppen is ook een zoektocht.  Wat je precies zoekt is vaak niet echt bekend.  Maar dat is geen probleem, zolang je maar waar krijgt voor je geld.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu is shoppen zo populair dat mensen hun zoekterrein flink hebben uitgebreid.  Dat kan gemakkelijk omdat tegenwoordig alles een product is: van een vakantiereis tot en fietsreparatie en van een naaicursus tot een knipbeurt.  Ja, die shoppers zijn overal en nergens; en komen soms, enigszins verdwaasd, ook bij mij het spreekuur.  Niet vanwege de verdwazing, maar meer om vergelijkend warenonderzoek te doen.  Zo was er laatst een man (38) die opvallend vaak op zijn briefje keek om mij te ondervragen over wat een therapie hem zou kunnen brengen om van zijn twijfelzucht af te komen.  Ik moest er echt enorm om lachen omdat hij, ter plekke, zijn twijfelzucht flink aanwakkerde.  Immers, wat als hij bij mij wel uitgedaagd werd, maar geen oplossing kreeg aangereikt, maar bij die andere hulpverlener wel een oplossing kreeg aangereikt, maar niet werd uitgedaagd.  Dan zou hij weer flink kunnen twijfelen, zodanig dat verder shoppen een logisch gevolg zou zijn.  Eerlijk is eerlijk: ik hou er niet zo van om ‘geshopt’ te worden; en heb die man gelukgewenst met zijn zoektocht; en heb hem enigszins geholpen door zelf af te haken.  Nu lijkt dat shoppen redelijk onschuldig, maar dat is het niet omdat het de zogeheten keuzestress flink laat oplopen.  Dat fenomeen zie je ook bij het shoppen naar een nieuwe liefdespartner: door te swipen kun je kiezen uit allerlei gezichten om op die manier een ‘match’ te vinden.  Maar eenmaal op je afspraak met die ene, ga je toch twijfelen of het met een ander nog weer beter klikt.  En op je afspraak met die ander, lijkt weer die ene net een beetje aantrekkelijker.  Overigens, tegenwoordig kun je ook fotoshoppen, een bezigheid waarmee je een foto zo kunt vervormen en aanpassen dat het er allemaal net iets beter uitziet.  En dat is weer vergelijkbaar met het besluit om iets lichamelijks te laten aanpassen bij de plastisch chirurg.  En daar kun je dan net zo lang mee doorgaan totdat je uiterlijk haast onherkenbaar wordt.  Meestal is het resultaat nogal dramatisch en zo misvormd dat je weer gaat verlangen naar hoe je er oorspronkelijk uitzag.  Maar goed, dan is het natuurlijk te laat.  Nee, al dat shoppen, met alle vrijheid vandien, lijkt niet besteed aan de mens omdat hij daarmee zijn al bestaande onvrede alleen maar aanwakkert.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu weet ik natuurlijk maar al te goed dat mijn waarschuwingen niets zal veranderen aan het shopgedrag van de mens.  Hij zal en moet op zoek naar iets waarvan hij nooit had vermoed dat hij ernaar verlangde.  Wat dat betreft is dat shoppen precies hetzelfde als wanneer mensen op reis gaan: onderweg zijn naar het groenere gras.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 19 Jun 2023 08:24:04 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/shoppen/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>studeren</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/studeren/</link>
			<description>&lt;p&gt;Het slagen voor je eindexamen is een mijlpaal; en tegelijkertijd het begin van een heel nieuw leven.  Wie gaat studeren, hoeft zich niet gelijk weer te bewijzen omdat onze Minister Van Onderwijs, Robbert Dijkgraaf, de eisen voor het eerste studiejaar heeft verzacht.  En dat is een meesterzet, vooral omdat jongeren zich vooral sociaal moeten zien te vinden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Mijn vermoeden is dat Robbert Dijkgraaf in zijn werk aan het Studiecentrum In Princeton  goed heeft gekeken naar het onderwijssysteem in Amerika.  Daar is het al sinds jaar en dag een traditie dat studenten in hun eerste jaren (Bachelor) vooral hun sociale vaardigheden mogen ontwikkelen door studiepunten toe te kennen aan activiteiten in sport, in theater, in muziek en in de politiek.  En dat weet ik niet alleen op afstand, maar heb zelf ook twee jaar geprofiteerd van het Amerikaanse systeem als conservatoriumstudent in Oberlin College (Ohio, USA).  Voor een paar maanden was het verplicht om met je naambordje over de Campus te lopen met als bedoeling dat iedereen elkaar, bij naam, kon aanspreken.  Ik bedoel, dat is pas een manier om sociale interactie te bevorderen.  Zo simpel, maar o zo effectief.  En omdat de vriendschappen voor het oprapen lagen, werden de studieprestaties alleen maar beter omdat iedereen elkaar kon motiveren.  Overigens ben ik daar, door die sociale interactie, op weg geholpen om psycholoog te worden: ik stond in de rij om mij in te schrijven voor het volgende trimester achter een meid die mijn aandacht trok.   Ik vroeg haar waar zij zich voor ging inschrijven en zei zij: ‘introductie in de klinische psychologie’, om eraan toe te voegen: ‘en dat kunnen we natuurlijk ook samendoen’.  Zo kreeg ik niet alleen een verhouding met haar, maar maakte ook kennis met John Thompson, klinisch psycholoog die mij ook meenam naar het psychiatrisch centrum waar hij werkte.  Terwijl ik nooit wist wat ik wilde worden, heb ik op die manier mijn liefde voor het vak ontdekt.  Dat ik, feitelijk gezien, ingeschreven stond als conservatoriumstudent was geen probleem, want iedereen mocht ook andere studies volgen, puur gericht op zelfontwikkeling.  En zo kom ik, als vanzelf, op het punt dat ik maken wil: het student-zijn is niet alleen bedoeld als begin van een (beroeps)carrière, maar ook om vriendschappen te sluiten; en nog belangrijker: om dat ene meisje of jongen te vinden als begin van een ontdekkingsreis in de liefde.  En dan is het alleen maar mooi als, gaandeweg, ook de benodigde studiepunten in de wacht worden gesleept.  Overigens, ga vooral in de Universiteitsbibliotheek studeren om daar met deze of gene betekenisvolle blikken uit te wisselen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Sommige criticasters zijn bang dat het kennisniveau flink zal dalen omdat de eisen voor het eerste studiejaar zijn verlaagd.  En dat zou natuurlijk zo kunnen zijn.  Maar tegelijkertijd zullen de vaardigheden op emotioneel en sociaal gebied alleen maar toenemen.  En dat perspectief stemt mij positief.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 12 Jun 2023 08:05:12 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/studeren/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Sollicitant</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/sollicitant/</link>
			<description>&lt;p&gt;Wie op zoek is naar een baan, heet een sollicitant.  Wie op zoek is naar liefde, is dat eigenlijk ook.  Ik bedoel, een afspraak via één van de vele datingapps is in wezen een sollicitatiegesprek, al was het alleen maar om hoe belangrijk de eerste indruk is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zo hoor ik dikwijls dat, in de verkenningsfase, het heen en weer appen best wel soepel loopt, maar bij een echte ontmoeting het contact meteen bekoelt.  Maar als dat niet het geval is, dan zal het CV (Curriculum Vitae) grondig nagelopen moeten worden: heeft de ander al relaties gehad en hoe zijn die dan tot een einde gekomen; en heeft die ander geen echte vaste relaties gehad, is er dan sprake van bindingsangst.  Ook wordt er natuurlijk gevraagd naar (voor)opleidingen en werkervaring; en een cruciale vraag is uiteraard hoe goed de één of juist die ander zichzelf kan bedruipen.  Doorgaans zullen vooral de mannen niet door de eerste ronde komen als zij niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.  Als de man al kinderen heeft en de vrouw nog niet, dan zal zij toch willen weten of hij open staat voor een tweede leg, zeker als zij een kinderwens heeft en jeugdig genoeg is om nog zwanger te worden.  Op dit punt is het oppassen geblazen voor de vrouw omdat menig man aanvankelijk zich beter zal voordoen dan hij is door enthousiast te reageren op die kinderwens, terwijl hij op een later moment toch zijn keutel intrekt.  Belangrijk op het CV is ook of eerdere verbintenissen ook echt zijn afgerond, zodat je niet een partner binnenhengelt die half-om-half nog in een andere relatie zit. Voorts komt natuurlijk ter sprake wat de aard moet zijn van het eventuele contract.  Gaat het om een tijdelijk contract of is het de bedoeling om er meteen een vast contract van te maken, waardoor gelijk duidelijk kan worden of er sprake is van voldoende wederzijds vertrouwen.  Is de sollicitant wel door naar de tweede ronde, dan dient hij/zij ook geïnformeerd te worden of er tegelijkertijd nog andere sollicitanten meedoen.  Deze informatie is wel zo netjes om te geven zodat de verwachtingen niet al te hoog gespannen hoeven zijn.  Het spreekt haast vanzelf dat er goed gelet wordt op details; die kleine dingen die juist het grote verschil kunnen maken.  Laatst vertelde een vriendin van mij dat haar sollicitant zich had uitgedost in een net pak met vlinderdas en oranje sokken in knalrode schoenen, iets wat bij haar gelijk de verkeerde snaar raakte.  Komt de sollicitant wel glansrijk door de eerste ronde, dan is een sollicitatiecommissie van eigen vrienden voor kritisch overleg geen overbodige luxe.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Is de sollicitant echt gemotiveerd, dan zal dat gauw genoeg blijken door hoe geïnteresseerd er vragen worden gesteld.  Is het oogcontact sprankelend en wordt er veel gelachen (om elkaar), dan zou het zomaar een ‘match-made-in-heaven’ kunnen zijn.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 05 Jun 2023 08:05:33 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/sollicitant/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Diepgang</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/diepgang/</link>
			<description>&lt;p&gt;Wil je iemand complimenteren, zeg dan dat hij diepgang heeft.  Wil je iemand beledigen, zeg dan dat hij oppervlakkig is.  Dat verschil is opmerkelijk vooral omdat het verschil tussen ‘diepgang’ en ‘oppervlakkigheid’ lastig uit te leggen is.  En toch ga ik een poging wagen om de onderste steen boven te krijgen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Toen ik de vraag ‘wat is diepgang’ aan mijn schoondochter voorlegde zei zij geheel spontaan: ‘diepgang heeft iemand met een problematische jeugd’.  Daar moest ik ontzettend om lachen en tegelijkertijd dacht ik dat diepgang wellicht in de richting wijst van ‘ingewikkeldheid’.  En ingewikkeld is weer het tegenovergestelde van ‘simplistisch’, een woord waar mensen helemaal niet mee geassocieerd willen worden.  Ik kom op dit onderwerp omdat een goede vriend van mij, na zijn scheiding, weer is gaan daten; en op zoek is naar een nieuwe, vaste relatie.  Op dit moment in tijd denkt hij weer ‘de ware’ gevonden te hebben, maar voegde daar wel enige twijfel aan toe met de opmerking: ‘ik vraag me wel af of zij voldoende diepgang heeft’.  Hier in het Noorden zou men een gebrek aan diepgang als volgt verwoorden: ‘zij is leuk, actief, ondernemend, aantrekkelijk en lief, maar er zit niet veel bij’.  Wat er dan ‘meer bij’ zou moeten zitten laat zich raden.  Is dat het vermogen om uitgebreide verhalen te vertellen?  Is dat het vermogen om (zelf)kritisch te zijn en geen genoegen te nemen met een ‘ja’ of een ‘nee’?  Of heeft diepgang te maken met het hebben van een rijk gevoelsleven en die ook nog in alle geuren en kleuren onder woorden te brengen?  Misschien verwijst diepgang nog wel meer naar het vermogen om je echt in iets of iemand te verdiepen; en altijd meer te willen weten dan wat aan de oppervlakte ligt.   Feit is in ieder geval wel dat als mensen spreken over een ‘diepgaand onderzoek’, dat zij dan bedoelen dat geen enkele vraag onbeantwoord mag blijven.  Zo kom ik, al nadenkend, tot de volgende conclusie: iemand met diepgang maakt met onophoudelijke passie en interesse kenbaar dat hij alle in’s en out’s van iets, iemand of zichzelf aan de oppervlakte wil krijgen.  Tja, en dat kan dan behoorlijk ingewikkeld worden.  En wie. met deze definitie in de hand, zo eens even om zich heen kijkt, zal toch moeten constateren dat er maar weinig mensen zijn met diepgang.  En dan te bedenken dat, desondanks, de mens wèl gezien wil worden als iemand met diepgang.  Dat is een vorm van wensdenken die bij mij op de lachspieren werkt.  Persoonlijk hou ik, buiten mijn werk om als psycholoog, meer van oppervlakkige contacten.  Dan is het even gezellig en zit je nergens aan vast.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Op mijn spreekuur verwachten patiënten dat ik met hen de diepte inga, zoals dat heet.  Maar eerlijk gezegd hou ik daar niet van; en blijf steevast vragen naar het actuele probleem.  Al ingewikkeld genoeg.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 30 May 2023 08:15:55 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/diepgang/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Ontsnappen</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ontsnappen/</link>
			<description>&lt;p&gt;Een bekende methode van de man om uit de gevangenis van het huwelijk te ontsnappen, is door vreemd te gaan.  Hij hoopt dat zijn ontrouw genoeg is voor haar om hem de deur te wijzen.  Maar meer dan eens geeft de vrouw geen krimp; en stuurt hem naar de psycholoog.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zo zit ik dan, meer dan eens, met die ontrouwe man opgescheept; en het probleem is dat hij rondwaart in niemandsland.  Voor de desbetreffende vrouw is er niet echt wat aan de hand: zij kan hem het slippertje wel vergeven en is in ieder geval niet van plan om het gezinsverband definitief op te heffen.  Voor die andere vrouw is die man dan wel gevallen, maar om nou weer helemaal van voren af aan te beginnen en zich weer vast te leggen, dat gaat hem ook te ver.  Dikwijls gaat een man als deze nog wel op zichzelf wonen in de één of andere gemeubileerde appartement, maar blijft wel oproepbaar voor het gezin als moeder en de kinderen hem nodig hebben.  Kinderen passen zich gemakkelijk aan; en zijn er al gauw aan gewend dat papa altijd wel beschikbaar is, alleen niet meer thuis woont.  En in de therapeutische gesprekken met mij komt de man voortdurend met hetzelfde dilemma: hij is enerzijds de passie kwijt voor zijn vrouw, maar kan het niet over zijn hart verkrijgen om haar uit zijn leven te bannen.  Ondertussen gaat hij wel gewoon naar zijn werk met het besef dat ook hij gewoon een bijdrage moet blijven leveren om de lopende rekeningen te betalen.  Sommige van zijn vrienden laten wel een kritisch geluid horen; en dan vooral omdat hij zijn vrouw gewoon aan het lijntje houdt.   Als de man deze kritiek aan mij voorlegt, zeg ik: ‘nou volgens mij is het precies andersom: zij houdt jou aan het lijntje simpelweg omdat zij er geen voordeel in ziet om jou voorgoed de deur te wijzen.  Per saldo verandert er voor de vrouw niet zoveel: echt zin in seks had zij toch al niet; en zolang hij een betrouwbare vader blijft, is zij meer dan tevreden.  Bij herhaling beklaagt de man zich bij mij dat hij het niet aandurft om nu eindelijk zijn eigen weg te gaan.  Op dat punt aangekomen moet ik vaak wel lachen, vooral omdat hij kennelijk nog steeds de illusie koestert dat hij een eigen richting zou hebben.  De praktijk wijst elke keer anders uit: de richting van de man is de richting die de vrouw aangeeft; en daar zit hij doorgaans een heel leven aan vast.  Een eigen appartement verandert daar ook niets aan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De meeste mannen krijgen pas perspectief in hun leven door zich te verbinden met een vrouw. Vanaf dat moment wordt hij onzichtbaar gestuurd door haar wensen en verlangens; en is wat hij wil hetzelfde als wat zij wil.  Daar is geen ontsnappen aan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 22 May 2023 08:43:02 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ontsnappen/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Nomofobie</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/nomofobie/</link>
			<description>&lt;p&gt;Hoewel niet formeel erkend als psychische aandoening, is nomofobie (no-mobile-phobia) een probleem in opkomst.  Nu al raken zeker 60% van de mensen (man en vrouw) in paniek bij de gedachte alleen al om verbinding te verliezen van het mobiele netwerk.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vervelend is wel dat er talloze manieren zijn om netwerk-verbinding kwijt te raken: 1) vergeten op tijd op te laden 2) extern probleem van het netwerk 3) technisch probleem van het mobieltje zelf of 4) geen bereik op een ver gelegen locatie.  Dit gegeven verklaart meteen waarom zoveel mensen zo vaak op een dag hun mobieltje in de hand pakken.  Want er hoeft niet eens echt reden te zijn om iemand te contacten, een betaling te doen of het laatste nieuws te bekijken.  Nee, het in-de-hand-nemen van het mobieltje dient enkel en alleen om gerustgesteld te worden dat de verbinding met de buitenwacht nog altijd naar behoren werkt.  Want stel dat iemand anders je probeert te bereiken en dat dan niet lukt.  Of stel iets belangrijks is gaande en je dat nieuws dan niet meekrijgt.  Of stel dat je net in die verbindingsarme periode iets krijgt aangeboden waar je dan niet op tijd op reageert.  Feit is in ieder geval dat vrijwel iedereen zo afhankelijk geworden is van zijn mobieltje dat het kan voelen als een geestelijke amputatie als de verbinding wegvalt.  Extreem gevaarlijk in het verkeer is toch de vraag gerechtvaardigd of mensen met nomofobie therapeutisch behandeld moeten worden.  Mijn antwoord is: ‘nee’.  Want, net zoals bij elke vorm van angst, is nomofobie een functionele angst te noemen, oftewel: het zorgt ervoor dat mensen alert blijven en voor anderen bereikbaar en beschikbaar zijn als de nood aan de man is.  Zo bekeken is het mobieltje een dierbaar bezit; en laat nomofobie alleen maar zien hoe belangrijk mensen het vinden om erbij te horen.  Helemaal interessant is het gegeven dat er niet eens een technisch probleem hoeft te zijn met het mobieltje of het netwerk om toch in paniek te raken.  Deze paniek treedt vooral op wanneer mobielgebruikers een berichtje versturen om vervolgens dan (voelbaar) te lang geen reactie te ontvangen; en dan vooral wanneer je kunt zien dat het berichtje wel ontvangen en/of gelezen is.  Op dat moment kan een heel scala aan doemscenario’s uit de kast worden getrokken: 1) is die ander zo ziek dat hij geen puf heeft om te reageren 2) word je, als vriend, ineens afgeschreven 3) ben je zo onbelangrijk geworden dat je het niet meer waard bent om erkend te worden of 4) heb je in je bericht iets heel doms gezegd en word je onhoorbaar uitgelachen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Niets is zo verslavend als het gebruik van de mobiele telefoon.  Nomofobie is daarom een logisch gevolg.  Maar ik zie liever deze paniek voor de stilte dan lakse onverschilligheid tegenover de mensen om ons heen.   Geen pingeltje te verliezen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 15 May 2023 08:12:25 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/nomofobie/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Ouderschap</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ouderschap/</link>
			<description>&lt;p&gt;Momenteel heb ik een aantal voorbeeldige ouders in de praktijk; en dat omdat zij zelf uit gezinnen komen waarvan de ouders behoorlijk veel steken hebben laten vallen.  Een goed voorbeeld doet misschien wel volgen, maar ook een slecht voorbeeld geeft inspiratie om het beter te doen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu zou je zeggen dat het ouderschap niet eens zo ingewikkeld is.  Ik bedoel, met een speelse mix van liefde en discipline kom je, als ouders, al een heel eind.  Maar luisterend naar de verhalen van mijn patiënten moet ik toch constateren dat er talloze manieren zijn om de ontwikkeling van je kinderen te verknallen: scheldpartijen en ruzie waar de kinderen bij zijn, niet-praten of alleen als er wat te mekkeren valt, initiatieven van het kind de grond in boren om maar van het gezeur af te zijn, geen idee hebben waar de kinderen uithangen en er ook geen enkele interesse in hebben, elke emotionele uiting van het kind afdoen als aanstellerij en erbij weglopen, geen blijk van vertrouwen geven in dat het kind iets kan door goede prestaties gewoon te negeren; en als (slechte) ouder zelf alle aandacht op te eisen omdat je verslaving of andere (destructieve) bezigheden als belangrijker gezien worden.  Tja, je zou zeggen dat het zo wel genoeg slecht ouderschap is om een kind definitief naar de knoppen te helpen.  Maar opvallend genoeg zijn er jongvolwassenen die uit de puinhopen van hun slechte opvoeding herrijzen met het vaste voornemen om hun eigen kinderen een leven te geven die zij zelf zo gemist hebben.  Zo iemand is Iris (32).  Haar eerste voornemen was om een partner te vinden die betrouwbaar en liefhebbend zou zijn.  Toen zij die man (Henk, 34) eenmaal gevonden had, begonnen zij met gezinsuitbreiding met de afspraak dat zij allebei,  naast het werk, extra tijd zouden uittrekken voor de kinderen.  Zo is er altijd één van de ouders thuis en wordt met nadrukkelijke belangstelling de ontwikkeling van de drie kinderen  gevolgd.  Op het opvoedkundig programma staat voorts: veel praten en vertellen, veel voorlezen en zo min mogelijk beeldschermen, altijd samen aan tafel voor het eten, even laten bijkomen na schooltijd en dan verhalen uitwisselen over wat er op een dag is gebeurd, aanwezig zijn bij belangrijke gebeurtenissen;  en elke interesse of initiatief toejuichen om op die manier het kind het broodnodige vertrouwen te geven.   Toen ik dit verhaal van Iris te horen kreeg, liet ik merken dat ik zeer onder de indruk was; en Iris moest, als gevolg daarvan, weer een traantje wegpinken omdat zij van haar eigen ouders nooit een compliment had gehoord.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Omdat ik zelf mij door mijn ouders nooit echt gezien voelde, was dat punt in de opvoeding van mijn eigen kinderen altijd topprioriteit,  met als gevolg dat  mijn jongste zoon ooit zei: ‘pap, heel gezellig samen, maar nu kun je toch echt wel iets voor jezelf doen’.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 08 May 2023 08:05:48 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ouderschap/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Sapioseksueel</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/sapioseksueel/</link>
			<description>&lt;p&gt;Seksuele aantrekkelijkheid wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken zoals lichaamsvorm, oogopslag, rondingen, symmetrie of de mate van algehele mannelijkheid of vrouwelijkheid.  De sapioseksuele mens valt in de eerste plaats op intellect en ziet eventuele lichamelijke aantrekkelijkheid als een extraatje.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu is dit gegeven niet eens heel groot nieuws gezien de vele datingssites voor hoger opgeleiden.  Bovendien hebben slimme mensen meer dan eens een goed betaalde baan met toekomstperspectief en dat is al helemaal een reden voor man en vrouw om op elkaar te vallen.  Zo kan het soms gebeuren dat een opvallend aantrekkelijke vrouw gekoppeld is aan een minder aantrekkelijke man en dat menigeen dan denkt: wat ziet die vrouw in hem?  Welnu, kans is groot dat in dat hoofd van die man een groot intellect schuilt; en dat hij in ieder geval in staat is om te zorgen voor een stabiel inkomen.  Omgekeerd kan natuurlijk ook, namelijk dat een knap-ogende kerel een vrouwelijke partner heeft waar niet echt de schoonheid vanaf straalt en mensen denken: ‘hij zou toch gemakkelijk een echte vlammende schoonheid kunnen scoren’?  Maar ook dan kun je je vergissen en is de gekozen vrouw zo slim dat hij er echt van geniet om nooit met haar uitgepraat te raken.  Zo bekeken is het vallen-op-intellect een perfect voorbeeld van hoe ‘uitdaging’ een relatie kan bestendigen.  En dit gegeven past precies in het verhaal van Chris (24) die na korte relaties met de meest aantrekkelijke vrouwen zijn draai niet echt kon vinden.  Pijnlijk voor Chris in al die kortdurende affaires was hoe vooral hoe snel hij zich kon vervelen.  Omdat hij aan zichzelf begon te twijfelen, kwam hij bij mij op het spreekuur; en kon ik hem uitleggen dat een mooie meid die je bewondert uiteindelijk alleen maar ego-streling geeft; en dat die magie geen lang leven is beschoren.  Inmiddels is Chris getrouwd met een slimme meid waar hij niet zomaar vat op heeft; en dat voelt als de uitdaging die hij voorheen zo had gemist.  Een omgekeerd voorbeeld is die van Maaike (37): aanvankelijk viel zij op Hans (41) vanwege zijn stoere uiterlijk en hard-werken-mentaliteit.  Maar nu zij inmiddels op de maatschappelijk ladder is geklommen als medisch specialist, is hij mentaal en inhoudelijk zover achter geraakt dat zij liever met haar collega’s omgaat dan vrije tijd met hem te besteden.  Een scheiding hangt in de lucht.  Persoonlijk vind ik het een genot om naar vrouwelijke deskundigen op televisie te kijken omdat hun inhoudelijke kennis echt de zinnen prikkelen.  Zo bekeken is misschien iedereen wel een beetje sapioseksueel, tenminste wel als je wordt geraakt door iemand die echt wat zinnigs te vertellen heeft.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Als het gaat om seksuele voorkeur gaat, dan lijkt er iedere week wel een smaakje bij te komen.  Misschien kan ik nu al een woord verzinnen voor mensen die opgewonden raken van iemand in bedrijfskleding, oftewel: uniformseksueel.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 01 May 2023 08:08:27 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/sapioseksueel/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Omgang</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/omgang/</link>
			<description>&lt;p&gt;Je kunt gemakkelijk in de omgang zijn, wat zoveel betekent als dat je met iedereen wel kunt opschieten.  Zo is het duidelijk dat het woord ‘omgang’ verwijst naar de relatie tussen twee mensen, in welke vorm dan ook.  Dit klinkt logisch, maar is het blijkbaar niet.  Want zelden is een woord zo verkracht als het woord ‘omgang’.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En die verkrachting van het woord ‘omgang’ hoor je terug in uitspraken als ‘wat is de beste manier om met kritiek om te gaan’ of ‘als je van de dokter hoort dat je depressief bent, hoe ga je dan daarmee om’ en ‘ik heb zoveel boosheid in mij dat ik niet weet hoe ik daarmee om moet gaan’.  Op die manier worden veelal vervelende gebeurtenissen of nare emoties in één bak gegooid met de prangende vraag ‘hoe daar mee om te gaan’.  Deze (tenenkrommende) vraagstelling suggereert dat er, telkens weer opnieuw,  een passende oplossing zou moeten zijn voor alles waar de mens niet op zit te wachten.  Belangrijke mededeling: die passende oplossingen zijn er domweg niet.  En nu komt de kern van deze hele omgangskwestie: omdat de mens het blijkbaar slecht verdraagt dat er dikwijls geen oplossing bestaat voor  al die verschillende tegenslagen in het leven, houdt hij de illusie in stand dat die oplossing er wel degelijk is door te stellen dat het een kwestie is van de ‘juiste omgang’.  Nu moet ik wel bekennen dat juist mijn eigen beroepsgroep er enorm aan bijgedragen heeft om deze ‘oplossings-illusie’ in stand te houden.  Met cursussen zoals ‘omgaan met alcoholisme’ of ‘omgaan met rouw en verdriet’ en ‘omgaan met het kind in jezelf’ worden mensen een worst voorgehouden met de (loze) belofte dat zij door zelfontwikkeling een completer mens zouden kunnen worden.   En vergis je niet: in deze omgangsindustrie gaat veel geld om.  Neem een willekeurig naar verschijnsel zoals ‘pestgedrag’, seksuele intimidatie’, ‘micro-agressie’, ‘borderline-persoonlijkheidsstoornis’, ‘scooterhufters’ of  eetstoornis’ en plak daar aan de voorkant ‘omgaan met’ aan vast en dan heb je zo weer een cursus waar massaal op ingeschreven wordt.  Het zal onderhand duidelijk zijn hoe zeer het mij tegenstaat wanneer ik als psycholoog gevraagd wordt hoe je met puntje, puntje, puntje moet omgaan, zoals bijvoorbeeld hoe het Nederlandse-Songfestival-duo zou moeten omgaan met de bakken kritiek die zij over hen heen krijgen; en dan vooral omdat zij zo hoorbaar vals zingen.   Deze vraagstelling gaat volledig voorbij aan het echte probleem , namelijk dat je alleen kans maakt op succes bij het Songfestival als je, op zijn minst, zuiver zingt.  Daar hoef je niet eerst een cursus ‘omgaan met kritiek’ voor te volgen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Laatst vroeg een patiënte aan mij hoe zij om moest gaan met het impulsieve koopgedrag van haar moeder, waarop ik zei: ‘niet’; en voegde daaraantoe: ‘wel jammer dat op deze manier heel wat van je erfenis voorgoed verdwijnt’.  Daar  kon ze wel hartelijk om lachen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 24 Apr 2023 08:18:38 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/omgang/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Ik ren, dus ik ben</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ik-ren-dus-ik-ben/</link>
			<description>&lt;p&gt;Overal zie je wel iemand hardlopen; en zelden is er een blij gezicht te zien.  Blik strak vooruit, bezweet voorhoofd; en met een gezichtsexpressie die pijn en moeite verraadt.  Maar dat is ook kennelijk de bedoeling.  Want die hardloper rent voor zijn leven en behoud van identiteit, oftewel: ik ren, dus ik ben.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Op mijn spreekuur adviseer ik patiënten juist om vooral langzaam te lopen, zeker wanneer zij willen herstellen van een depressie. Feit is namelijk dat een depressie zich doorgaans manifesteert als gevolg van jarenlang hardlopen; en dan in de breedste zin van het woord.  Nog meer hardlopen zou dan alleen maar iemand verder de put in helpen.  Feit is ook dat het verlangzamen voor het brein een cadeautje is.  Zodra het brein in alle activiteiten het signaal krijgt dat er rustig aan gedaan wordt, kan hij overschakelen op energiebehoud om op die manier ook weer energie opbouwen.  In deze context is het belangrijk te begrijpen dat het krijgen van een depressie nota bene een ingreep van het brein zelf is om alles te verlangzamen.  En wie ooit een depressie heeft meegemaakt zal kunnen bevestigen dat alles stroperig langzaam wordt: het denken, het bewegen en de stoelgang.  Zelfs het geheugen werkt zo traag dat het voelt alsof er sprake is van acute dementie.  Deze uitleg geef ik vooral om de lezer te overtuigen dat hardlopers doodlopers zijn.   Als er al iets is wat de gezondheid bevordert, dan is dat juist: verlangzamen.  Opvallend hierbij is de populariteit van ‘mindfullness’.  Wie ooit een dergelijke training heeft gevolgd zal weten dat alles- met-aandacht-doen zo belangrijk is; en dat kan natuurlijk alleen wanneer je je bezigheden op een laag tempo uitvoert.  Goed beschouwd is de mens er ook helemaal niet op gebouwd om hard te lopen.  Misschien dat in de oertijd het hardlopen van pas kon komen bij de jacht op een wild dier, maar in onze moderne samenleving is die noodzaak volledig verdwenen.  In mijn optiek is het ook een aanslag op het lichaam om bij elk hardgelopen pas zo hard neer te komen omdat op die manier spieren, gewrichten en botten tekens een geweldige dreun krijgen.  Dat er zoveel blessures zijn als gevolg van dat hardlopen is dan ook niet verwonderlijk.  Nee, rustig aan een wandelingetje doen is veel gezonder, waarbij het dan ook nog mogelijk is om onderweg je sociale contacten te onderhouden.  Wie hardloopt raast voorbij en ziet niets of niemand omdat het snelle tempo moet worden volgehouden.  Een marathon lopen is natuurlijk wel een bijzondere prestatie, maar die lopers zien er altijd ongezond magertjes uit.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Hardlopen is tegenwoordig zo populair dat niemand het voordeel ervan in twijfel trekt.  Maar in mijn psychologische praktijk zie ik er alleen maar de ellende van, vooral vanwege het geestelijk gezondheidsrisico dat iemand zichzelf compleet voorbijloopt.  Lekker langzaam is toch echt beter.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 17 Apr 2023 08:08:49 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/ik-ren-dus-ik-ben/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Gevoelsleeftijd</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/gevoelsleeftijd/</link>
			<description>&lt;p&gt;Als je kind bent, dan wil je ouder zijn; en als je al oud bent, dan wil je jonger zijn.  Zo bekeken zorgt de werkelijke leeftijd die je hebt zelden voor enige blijdschap.  Daarom hebben mensen de ‘gevoelsleeftijd’ uitgevonden: de leeftijd die overeenkomt met hoe je je vanbinnen voelt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Tja, die harde realiteit: daar staat de mens liever niet al te lang bij stil.  Want als je, als ouder iemand, al je toekomst achter je hebt liggen of als je, als jonger iemand, nog geen idee hebt wat je met je leven aan moet, dan is dat uitermate confronterend.  En om die harde realiteit een beetje dragelijker te maken, doen we uitspraken als ‘ik voel mij net zo jeugdig nu op mijn zestigste als toen ik dertig was’ of ‘ik moet wel een oude ziel hebben, want ik voel mij nu op mijn twintigste veel volwassener dan veel mijn leeftijdsgenoten’.  Als het op ‘gevoel’ aankomt, dan kun je jezelf van alles wijsmaken: kijk in de spiegel en dan zie je een rimpelig oud mens en om dat te verdoezelen, zeg je gewoon: ‘maar ik voel gewoon dat ik nog in de kracht van mij leven sta’.  Die harde realiteit laat ook zien dat, met het ouder worden, de mens als overbodig wordt gezien: kinderen hebben hun (groot)ouders niet meer zo nodig, frisse diploma’s worden meer gewaardeerd dan ‘ervaring’ en als je echt overtijd bent, dan word je met pensioen gestuurd.  Maar er is nog meer aan de hand: wie jong is, ervaart de tijd en vooral de toekomst als oneindig, terwijl wie echt oud is het vooruitzicht van de naderende dood als nachtmerrie ervaart.  En in het eerste geval zou je tijd misschien wel willen versnellen terwijl in het laatste geval je de tijd zou willen terugzetten.  Met de gevoelstijd in de hand kun je zo met de bestaande werkelijkheid een beetje spelen: net doen alsof je jonger bent terwijl je al op leeftijd bent en net doen alsof je ouder bent terwijl je nog een snotneus bent.  In het dagelijks verkeer vinden mensen het dan ook reuze interessant om deze of gene te vragen hoe hun leeftijd wordt ingeschat en als een ouder iemand als jonger wordt ingeschat, dan is daarmee een compliment binnen gehengeld en als een jong iemand als ouder wordt ingeschat dan kan hij het ook als compliment ervaren omdat hij kennelijk al zo volwassen oogt.  De vraag die wellicht uit al deze bespiegelingen volgt is waarom, vooral de oudere mens, zoveel belang hecht aan ‘jeugdigheid’.  Welnu, als het leven leuk is, dan wil je die verlengen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De man gaat zijn vergane jeugd nieuw leven inblazen met motorfiets en vriendin  (midlifecrisis).  En vrouwen geven kapitalen aan schoonheidsproducten en plastische chirurgie uit om op die manier hun vergane glorie nog te redden.  Gelukkig heb je ook nog altijd je gevoelsleeftijd.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 11 Apr 2023 08:05:19 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/gevoelsleeftijd/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Dominant</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/dominant/</link>
			<description>&lt;p&gt;Overheersing is niet alleen voorbehouden aan autoritaire figuren.  Ook in het dagelijks verkeer kunnen mensen overheersend zijn; en dusdanig dat die dominantie steevast wrevel, ongemak en angst oproept.  Een specifieke vorm van dominantie is emotionele dominantie:&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zoo boos, verdrietig, verongelijkt of enthousiast zijn dat anderen het liefst zouden weglopen.  Ja, ook positieve emoties zoals blijdschap, euforie of verliefdheid kunnen zo overheersend zijn in het contact dat een gesprekspartner  zich volledig uitgeschakeld voelt.  Dit heeft alles te maken met de manier waarop de emotionaliteit sfeerbepalend wordt.  Zo kan iemand super-enthousiast een verhaal vertellen over het succes dat hij heeft behaald met zijn eenmanszaak en er niet over uit gepraat raakt.  Het is dan niet dat de toehoorders hem/haar zijn succes niet gunnen, maar zich ongemakkelijk gaan voelen omdat zij simpelweg niet aan bod komen.  Dit fenomeen komt ook meer dan eens voor tussen echtelieden: hij komt thuis en kan, in al zijn vreugde, niet ophouden over de promotie die hij op het werk heeft gekregen en zal na een minuut of wat toch merken dat zij erbij wegloopt of hem onderbreekt met haar eigen nieuws van de dag.  Zijn (positieve) dominantie is zo voelbaar dat het haar gewoon te machtig wordt.  Met negatieve emoties is de dominantie, zo mogelijk, nog heftiger.  Zo vertelde een patiënt van mij hoeveel vrienden hij kwijtgeraakt was na de dood van zijn zoon, als ook hoe ongepast veel van zijn naasten op zijn verlies en verdriet hadden gereageerd.  Zo verdrietig als hij was, zo boos kon hij vertellen over al die klootzakken die hem in de steek hadden gelaten.  Hij kon gewoon niet begrijpen waarom hij zo weinig echte vriendschap had meegemaakt.  Ik vroeg hem of hij ook echt wilde begrijpen hoe dat had kunnen gebeuren en hij antwoordde bevestigend.  Ik zei: ‘Henk, nu zal niemand kunnen ontkennen hoe vreselijk dramatisch het is om een eigen kind te verlies.  Probleem is wel dat jij, in al jouw emoties, zo expressief dominant bent dat mensen zich weggeblazen voelen en er simpelweg niets (zinnigs) tegenover kunnen zetten.  En zodra de ander geen inbreng meer heeft dan zal hij, hoe pijnlijk ook, geen heil meer zien in het contact.  Henk bleef wat bedremmeld kijken, maar moest na wat heen en weer geklets toch toegeven dat hij emotioneel zeer  overheersend kan zijn.  Deze emotionele dominantie is ook aanwezig bij lieden die de kunst verstaan om verongelijkt te zijn over al het onrecht wat hun is aangedaan.  Hoe invoelbaar het onrecht ook is, mensen zullen heel snel afhaken als die verongelijktheid onontkoombaar wordt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Als er al een probleem is tussen mensen dan heeft het doorgaans maar met één ding te maken en dat is: machtsongelijkheid.  Of iemand nu (non)verbaal, emotioneel of expressief dominant is, dat maakt niet uit.  Want telkens weer zal de ander er met weerzin, weerstand of vluchtgedrag op reageren.  Uit lijfsbehoud.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 03 Apr 2023 18:40:42 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/dominant/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Onveilig</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/onveilig/</link>
			<description>&lt;p&gt;Eén woord kan het verschil maken.  Eén woord kan het verschil maken tussen populair-zijn en daarna aan de schandpaal genageld worden.  Een woord kan het verschil maken tussen lekker carrière-maken om vervolgens je hele carrière in duigen zien vallen.  En dat ene woord is: onveilig.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu wordt, in de sfeer van deze tijd, er alles aan gedaan om een veilige werksfeer te creëren, zoals dat heet.  Maar er zit een addertje onder het gras:  wie bepaalt nu eigenlijk wat een veilige werksfeer is?  Welnu, dat bepaalt een willekeurig ander persoon.  Wat ik bedoel is dit: hoezeer ook er gewerkt wordt aan het creëren van een veilige werksfeer, er hoeft maar één persoon te zijn die zich onveilig voelt en de alarmbellen van grensoverschrijdend gedrag gaan rinkelen.  En wie daar even goed bij stilstaat, kan maar één conclusie trekken, namelijk dat niemand veilig is voor een eventuele aanklacht. Dit gegeven zorgt, psychologisch gezien, voor een uiterst merkwaardige paradox: terwijl alles uit de kast wordt getrokken om de werksfeer veilig te maken, zal het gevoel van onveiligheid alleen maar toenemen omdat iedereen, uit angst om iets verkeerd te zeggen of te doen, constant op zijn hoede is.  In algemene zin hebben veiligheidsmaatregelen altijd dit effect:  1) zet een goed uitgerust leger aan je landsgrenzen en de gevoelde dreiging zal groter zijn 2) verplicht ook alle fietsers om een helm te dragen en de beleving van mogelijk gevaar zal evenredig toenemen 3) plaats een compleet alarmsysteem in je huis en de angst voor inbraak zal als intenser worden ervaren.  Nu wil ik natuurlijk niet beweren dat veiligheidsmaatregelen altijd zo onzinnig zijn.  Maar het echte probleem is dat de norm van onveiligheid, als het gaat om grensoverschrijdend gedrag, wordt bepaald door degene die zich onveilig voelt.  En deze ontwikkeling gaat in de richting van wat ik noem: emotionele terreur.   Er is namelijk een groot verschil tussen wat als onveilig wordt ervaren en wat onveilig is.   Denk maar eens even terug aan het Corona-tijdperk: als iemand, ergens in de supermarkt, op tien meter afstand een niesbui had, waren er genoeg lieden die hun boodschappenkarretje lieten staan en als een haas de winkel uitrenden.  Geen enkel bewijs dat er om maar iets van een levensbedreigende situatie sprake was, oftewel: doe een mondkapje op en je kijkt wel link uit om ergens in de buurt te komen van andere mensen, zeker als zij een niesbui hebben.  Als student heb ik uitvoerig onderzoek gedaan naar ‘slaapbeleving’. En wat bleek: mensen die vaak ‘het gevoel’ hebben slecht geslapen te hebben, doen dat in werkelijkheid helemaal niet.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Lieden die een aanklacht aan hun broek krijgen wegens het creëren van een onveilige werkomgeving kunnen zich, goed beschouwd, niet verweren.  Want als het onveiligheidsgevoel van de  klager als bewijs geldt, dan sta je simpelweg met je mond vol tanden.   En dan is de onveilige werksfeer compleet.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 27 Mar 2023 08:08:38 +0200</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/onveilig/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Zelfdiagnose</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/zelfdiagnose/</link>
			<description>&lt;p&gt;Ben je down, lusteloos of moe?  Google dan op je jouw klachten en binnen luttele seconden weet je dan misschien wel wat je mankeert.  Zo kun je, zonder bemoeienis, je eigen diagnose stellen; en op die manier ontdekken of je wat te vrezen hebt.  De vraag rijst dan of dit wel verstandig is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Verstandig of niet, bijna iedereen doet het tegenwoordig; en deze trend wordt nog eens versterkt door het feit dat ook op Tiktok korte filmpjes verschijnen waarop mensen hun eigen kwaaltjes, puntsgewijs, uit de doeken doen.  Zo kun je gewaarworden of jij misschien ook wel lijdt aan een burnout, een vorm van autisme of juist jouw partner een typisch geval is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis.  Voordeel van deze vorm van zelfdiagnose is dat er meer kennis opgedaan wordt over wat de mens zoal kan schelen,  als ook dat je dan (redelijk) beslagen ten ijs komt als je dan toch een bezoek brengt aan een echte dokter.  Als iemand bij mij op het spreekuur komt met een zelfdiagnose (‘ik zit al weken tegen de overspannenheid aan’), dan vraag ik uiteraard hoe de patiënt dat zo zeker weet, als ook of hij dan een bijpassend behandelingsplan heeft.  Dat laatste heeft de patiënt natuurlijk niet; en in de meeste gevallen klopt de zelfdiagnose ook niet.  En dat laatste is ook goed te verklaren.  Ik bedoel, vrijwel iedereen herkent zich wel enigszins in een aantal kenmerken van welke aandoening dan ook, wat niet betekent dat je die aandoening dan ook hebt.  En gelukkig hebben we daar de echte specialisten voor, mensen die niet voor niets tientallen jaren opleiding achter de rug hebben om in staat te zijn om een correcte diagnose te stellen.  Zo bekeken is het eigenhandig googelen op klachten (met bijbehorende ziektebeeld) een perfecte manier om angstgevoelens aan te jagen.  Want het zijn altijd de ergste ziektebeelden die de klachtenzoeker weet te vinden: met een jeukerig vlekje op de huid hebt je misschien wel de ergste vorm van huidkanker (melanoom) en met wat opruimwoede lijd je misschien wel aan een obsessief-compulsieve gedragsstoornis.  Ja, als je een eersteklas hypochonder (angst voor ziektes) wilt worden, dan moet je flink veel google-en; en dan zul je daarna moeten google-en bij welke hulpverlener je terecht kunt om van die hypochondrie verlost te worden.  Overigens, zelf kan ik er ook wat van en google mij suf als ik weer eens een ondefinieerbaar zeurende pijnt voel in mijn kniegewrichten.  Opvallend is dan ik wel dat het aantal mogelijke kwalen omgekeerd evenredig is aan het aantal behandelingen.  De volgende dag ben ik alles weer vergeten omdat de pijn vanzelf is overgaan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Ik voorspel dat het stellen van zelfdiagnoses nog meer een vlucht zal nemen omdat  wat computers weten alleen maar beter wordt.  Sterker nog, ook specialisten zullen steeds valer gebruik maken van de computer als middel om specifieke (ziekte)patronen te ontwar&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Tue, 21 Mar 2023 07:42:45 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/zelfdiagnose/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Goed moment</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/goed-moment/</link>
			<description>&lt;p&gt;Jonge vrouwen wachten op het goede moment, dat wil zeggen om zwanger te worden.  Nu is dat wachten op het goede moment in deze moderne tijden goed voorstelbaar, simpelweg omdat vrouwen wel wat beters te doen hebben dan (alleen maar) zwanger-worden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu is in een enkel geval dat wachten op het goede moment een succesverhaal: zij gaat eerst aan de slag met studie en carrière, ontmoet zo eind twintig haar gedroomde partner en net voordat de eitjes bijna op zijn wordt zij een keer of wat zwanger.  Maar er is niet zoveel voorstellingsvermogen nodig om te zien hoe dat wachten-op-het-goede-moment juist geen succesverhaal wordt.  Onverwachtse tegenslagen stapelen zich op: 1) de man met wie het klikt heeft al een huwelijk achter de rug met kinderen en wil simpelweg niet aan een tweede leg beginnen 2) tijdens het wachten komt het zogeheten moedergevoel niet echt opzetten waardoor zij elk initiatief dan maar achterwege laat 3) de man met wie het klikt vindt dat wachten prima, maar als het er echt op aankomt dan weigert hij mee te werken 4) de carrière gaat zo voortvarend dat zij haar privéleven totaal verwaarloosd en te oud blijkt als zij toch een kinderwens heeft 5) het op orde krijgen van haar leven in de vorm van financiele zekerheid, carrièreperspectief en geschikte woonsituatie neemt zoveel tijd in beslag neemt dat haar vruchtbaarheid simpelweg verloopt.  Probleem is ook dat moderne vrouwen de inbreng van de man even zwaar laat wegen.  Maar dat is een vorm van ‘gelijkwaardigheids-denken’ die alleen maar problemen in de hand werkt.  De vruchtbaarheid van de vrouw en de wens om moeder te worden is, meer dan eens zo essentieel voor haar vrouwelijke identiteit dat het geen pas geeft om haar het zwanger-willen-worden te ontzeggen. Hij kan het haar wel ontzeggen, maar dan heeft die relatie ook geen toekomst.  Want met een onvervulde kinderwens zal de vrouw het hem altijd nadragen.  Vrouwen die wel (juist) op een willekeurig moment zwanger raken kunnen uiteraard op een later moment alleen komen te staan, simpelweg omdat hij vreemd is gegaan of omdat het stel op elkaar is uitgekeken.  Maar gelukkig voor die vrouwen heeft zij dan altijd nog de kinderen; en hoeft zij zich daarover geen zorgen te maken als zij, op een later tijdstip, nog weer een andere relatie krijgen.  Overigens, de protesten van de man tegen een zwangerschap vinden (bijna altijd) hun oorsprong in angst: angst voor de verantwoordelijkheid die met een gezinsleven hand in hand gaan.  Maar evengoed is dat geen reden voor de vrouw om aan die protesten gehoor te geven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het zal onderhand duidelijk zijn dat het wachten op een goed moment een heilloze weg is.   Het is niet voor niets dat de vruchtbaarheid van de vrouw zich op jonge leeftijd  aandient.  En de natuur, die moet je niet in de wacht zetten.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 13 Mar 2023 08:19:48 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/goed-moment/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Energievreters</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/energievreters/</link>
			<description>&lt;p&gt;Het woord ‘depressie’ hoef je niet per se in de mond te nemen.  Tegenwoordig volstaat de uitdrukking: ‘ik zit laag in mijn energie’ of ‘ik heb een behoorlijke energiecrisis’.  En die uitdrukking bevalt mij wel, vooral omdat ik dan aandacht kan besteden aan alles wat de mens dan zoveel energie kost.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Welnu: de energie die je kwijt bent aan het werk wat je doet of de studie die je volgt is niet eens zo groot.  Ik bedoel, met hard werken of studeren kun je wel vermoeid raken, maar na wat rust ben je zo weer opgeladen.  Simpelweg in beweging komen vraagt ook wat energie, maar ook weer niet zoveel dat je daarvan omvalt.  Veel achter de één of andere beeldscherm zitten kan ook inspannend zijn, maar ook weer niet dusdanig dat je ervan leegloopt.  Nee, de echte energievreters zijn, telkens weer: andere mensen.  Nu weet iedereen wel dat er een onderscheid gemaakt kan worden tussen mensen die energie geven en mensen die alleen maat energie kosten.  In die laatste categorie zitten de ‘zuigers’, van die lieden die je het bloed onder de nagels vandaan halen en van die figuren waar je alleen al moe van wordt als je aan hen denkt.  Maar dat gezegd hebbende, wil ik het nu alleen maar hebben over het feit dat het onderhouden van sociaal contact, in zijn algemeenheid, een zeer inspannende bezigheid is, zozeer zelfs dat enkel en alleen al een bezoek aan de supermarkt, zonder dat je met iemand ook maar een woord gewisseld hebt, al tot enige vermoeidheid kan leiden.  Dit gegeven wordt de mens pas echt duidelijk als hij al laag in zijn energie zit.  Want dan kan een bezoek aan de supermarkt een paniek/angst reactie teweegbrengen, wat een sein van het brein is om zo snel mogelijk dekking te zoeken.  Wie laag in zijn energie zit, zal ook weinig behoefte voelen om bezoek te ontvangen, laat staan om bij iemand op bezoek te gaan.  En toevallige passanten/kennissen/vrienden die zo nodig interesse willen tonen, daar heeft de mens-met-energiecrisis ook weinig trek in.  Dit alles betekent dat het hebben van contact wel een gewone bezigheid lijkt, maar in de praktijk van de mens nogal wat vraagt, namelijk dat hij 1) luistert 2) liefst goed luistert 3) sociaal doet 4) wedervragen stelt 5) zich eventueel verantwoordt voor zijn wel en wee 6) eventueel tot afspraken komt 7) empathisch is 8) het gesprek niet afraffelt 9) de ander in zijn waarde laat 10) op een beleefde manier het gesprek weer beëindigt.  De mens mag dan andere mensen nodig hebben, maar tegelijkertijd is die noodzaak een hels karwei.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zelf zit ik in een beroep dat vergeven is van veel en intiem sociale interactie, waardoor ik in mijn privéleven weinig energie meer over heb voor mijn dierbaren.  Maar dat probeer ik te compenseren door elke dag lekker te koken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 06 Mar 2023 08:05:22 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/energievreters/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Op de vlucht</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/op-de-vlucht/</link>
			<description>&lt;p&gt;Het leven is moeilijk, ingewikkeld en veeleisend; en dat gegeven zet de mens vaak aan om er even aan te willen ontsnappen.  Daar zijn, bijvoorbeeld, de vakantiedagen voor bedacht zodat eenieder even zijn zinnen kan verzetten; en weer kan opladen voor een volgende ronde aan plichtplegingen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Even op de vlucht om het gemoed te verlichten.  Nu wordt, in algemene zin, dikwijls belerend met de vinger gezwaaid als mensen een vluchtpoging doen met opmerkingen als ‘je neemt jezelf altijd mee’ of ‘je kunt juist beter de confrontatie aangaan’ en ‘vermijding is een zwaktebod’.  Maar meer dan eens kan ik juist heel veel begrip opbrengen voor ‘de vluchteling’, juist omdat hij, voor even, wil geloven dat het gras echt groener is aan de andere kant.  Nu blijkt dat misschien wel niet als hij aan die andere kant staat, maar dan is dat weer een goede reden om zijn heil ergens anders te zoeken.  Nu zeg ik, bij herhaling ‘hij’; en dat is ook niet zonder reden.  Want, meer dan vrouwen dat geneigd zijn dat te doen, is het juist de man die  bedreven is in het doen van vluchtpogingen.  Zo zal de man, die het even gezien heeft op zijn werk tegen de baas zeggen dat er thuis een calamiteit is om op die manier even van zijn arbeidsplicht verlost te zijn.  En het hoeft helemaal niet zo lang te duren of hij zal thuis tegen zijn partner zeggen: ‘er is een calamiteit op het werk waar  ik naar toe moet’, om op die manier van zijn relationele verplichtingen verlost te zijn.  Kort samengevat komt het leven van menig man hierop neer: werken om niet thuis te hoeven zijn en thuis-zijn om niet te hoeven werken.  En als de man dan in beide arbeidskampen het psychisch benauwd krijgt dan kan hij naar de kroeg, rondjes rijden op zijn (motor)fiets of met een clubje naar de voetbalwedstrijd.  Nu zijn de manieren om op de vlucht te slaan nogal uitgebreid; en hoeven niet betrekking te hebben op alleen maar fysieke verplaatsing.  Nee, menig man zal ook weten hoe het is om te vluchten in alcohol, in gamen, in vluchtige seksuele relaties of in allerhande bezigheden die hij zijn hobby’s noemt, zoals het bijwerken van zijn moestuin, het poetsen van zijn oldtimer, het puzzelen in een puzzelboekje of het doelloos surfen op internet.  Zo kan de vluchter zichzelf het gevoel geven dat hij lekker bezig is, terwijl hij, per saldo, niet echt productief is.  Maar zoals iedereen wel weet: de boog kan niet altijd gespannen zijn.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Op mijn spreekuur is het thema ‘vluchtgedrag’ aan de orde van de dag; en vooral vrouwen hebben er een dagtaak aan om hun man op het rechte pad te houden.  En al de mannen die het realiteitsbesef en verantwoordelijkheidszin van hun vrouw serieus nemen, zullen daarom vele malen beter presteren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Wed, 01 Mar 2023 19:15:13 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/op-de-vlucht/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Familie</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/familie/</link>
			<description>&lt;p&gt;Een vriendin van mij vroeg laatst of zij, met haar commentaar, niet tot last was, waarop ik zei: ‘jij bent eigenlijk familie, dus hoort het tot-last-zijn er gewoon bij’.  En zij moest daar hartelijk om lachen.  Later ben ik gaan nadenken over wat het familie-zijn eigenlijk definieert.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De definitie van mij vader was kort en bondig: ‘familie zijn van die mensen die ongevraagd op bezoek komen’.  Wel erg kort door de bocht, maar daar zit wat in. Ik zou eerder zeggen: familie zijn van die mensen waar je ongevraagd toch bij hoort.   Feit is in ieder geval wel dat mensen die geen familie hebben er bijzonder naar kunnen verlangen; en mensen die aan familieleden geen gebrek hebben toch vaak klagen dat ze die familie wel kunnen missen als kiespijn.  Hoe belangrijk familie is, lijkt wel in hoge mate cultureel bepaald te zijn.  Zo zijn familiebanden in veel zuidelijke landen welhaast heilig, terwijl in ons eigen land een sterke familieband geen vanzelfsprekendheid is.  Dan is er natuurlijk nog het fenomeen van de ‘eigen’ familie waarbij automatisch ook de ‘koude kant’ hoort; en tegelijkertijd doorgaans één van de families behoorlijk dominant kan zijn.  In mijn optiek ben je een typische familielid als je 1) competitie voert met broers en zussen om de aandacht van de ouders 2) competitie voert met broers en zussen onderling over wie het beste met zijn levensstijl voor de dag komt 3) competitie voert met broers en zussen over wiens kinderen het beste presteren 3) competitie voert met broers en zussen onderling over wie het meeste recht heeft op de nalatenschap 4) altijd op zoek bent naar goedkeuring en steevast lichtgeraakt als er juist afkeuring te horen valt.  5) je je schuldig voelt als je ergens niet aan meedoet en je even beroerd kan voelen als je ergens wel aan meedoet. 6) in competitie bent met andere familieleden om vooral niet op hen te lijken 7) uiteindelijk tot de conclusie moet komen dat de familietrekken toch onontkoombaar zijn 8) in ruzies met je partner net zo erg bent als je familie 9) heel vaak denkt hoe gestoord alle andere familieleden zijn 10) een unicum bent als je met je hele familie een sterke liefdesband hebt.  Over competities gesproken: als er weer eens een baby geboren wordt dan is het fanatiek zoeken op wie hij/zij het meeste lijkt: en desnoods worden de fotoboeken er op nageslagen op het eigen gelijk in de wacht te slepen (‘zijn dat nou niet typisch die gelaatstrekken van vader Feenstra toen hij zo klein was’).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Opvallend is ook dat familieleden elkaar enorm kunnen ondersteunen als het er echt op aankomt, maar evengoed elkaar hard kunnen laten vallen als de competitie-strijd uitgroeit tot een ware oorlog.  De vraag rijst derhalve of het wel echt  een compliment is om een goede vriendin aan te merken als familie.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 20 Feb 2023 09:09:41 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/familie/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Jeugdliefde</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/jeugdliefde/</link>
			<description>&lt;p&gt;Heel soms gaat het goed.  Maar meestal is het tot mislukken gedoemd.  Ik heb het over ‘jeugdliefde’: je eerste echte liefdesrelatie,  die dan al voor het leven bestemd lijkt.   Ik zeg ‘lijkt’, want wie zich in zijn jeugd op de eerste partner vastpint, zal mettertijd (welhaast voorspelbaar) in de problemen komen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vooral omdat zoveel deuren worden dichtgegooid.  Nu is de eerste echte liefde van je leven altijd indrukwekkend, net als alles wat je voor het eerst in het leven mag beleven.   In die zin kan gesproken worden van een ‘positief trauma’: een diepzittende emotionele ervaring die een leven lang in het geheugen gegrift zal blijven; en herbelevingen zal opleveren die zelfs op oudere leeftijd nog terugkeren in de droomslaap.  Ik wil alleen zeggen dat een eerste liefde, als beleving van de liefde, per definitie onovertroffen is.  Geen enkele liefde kan daarna meer de eerste zijn.  Maar dat is tegelijkertijd ook weer het probleem.  Want als je vasthoudt aan je eerste liefde als enige liefde, dan kun je ook nooit weer de liefde ervaren met een ander.  En voor menig partner gaat het daar juist knagen: de behoefte om toch een nieuwe, een andere ervaring te willen hebben, al was het alleen maar uit pure nieuwsgierigheid.  En als je jong bent, dan is het logisch dat je meer van de wereld wilt ontdekken dan hetgeen je al kent.  Een ander veelvoorkomend probleem van eerste liefdes is dat ergens begin dertig het stel al een relatief ‘oud stel’ is; en wellicht ook nog zonder dat er kinderen zijn geboren.  Als op dat moment in de tijd de relatie platonisch is geworden (wel vriendschappelijk, maar geen seks meer), dan kan er alleen een toekomst zijn voor een gezinsleven als (één van) beiden vreemdgaat.  En geloof mij: dat gebeurt maar al te vaak.  Zij wordt zwanger van een ander, waardoor hij wel moet beseffen dat zij samen hun beste tijd hebben gehad.  Feit is nu eenmaal dat vooral in het begin partners seksueel aantrekkelijk voor elkaar zijn; en dat jonge stellen, wat dat betreft, vroeg in hun ontwikkeling (seksueel) uitgebloeid raken.  Maar goed, ook al zijn er op jonge leeftijd wel kinderen, dan kan dat nu juist de reden zijn waarom de relatie stukloopt.  Vooral als de (jonge vrouw) al gauw haar moederrol volledig omarmt, kan de man, op termijn, zich niet meer als man gezien voelen; en zich simpelweg te jong voelen om zijn seksualiteit in de ijskast te zetten.  Overigens kan voor de vrouw hetzelfde gelden: dat zij niet alleen moeder wil zijn, maar ook bemind wil worden als vrouw.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vroeger waren (jeugd)liefdes voor het leven geen uitzondering.  Verliefd, verloofd, getrouwd; en daar moest je het dan mee doen.  Tegenwoordig kunnen vrouwen op volle toeren hun ambities najagen en komen pas later toe aan hun kinderwens.  De beoogde vader is dan logischerwijs een verse kracht.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 13 Feb 2023 08:05:51 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/jeugdliefde/</guid>
		</item>
		
		<item>
			<title>Mag ook niet</title>
			<link>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/mag-ook-niet/</link>
			<description>&lt;p&gt;Collectief liggen we in een kramp.  De aanklachten en rechtszaken rijzen de pan uit waardoor veel burgers wantrouwig om zich heen kijken.  Wat mag wordt minder; en wat niet mag wordt meer.  Zelfs spontaan een compliment geven, kan je duur komen te staan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Deze inleiding klinkt onheilspellend; en dat is het ook.  Want het aantal gevoeligheden groeit; en voor je het weet ben je aangemeld bij de één of andere vertrouwenspersoon.  Laat ik voor de zekerheid die gevoeligheden op een rijtje zetten: 1) driftig reageren op een (luie) werknemer mag niet omdat je dan te boek kan staan voor het creëren van een onveilig werkklimaat.  2) als man tegen een vrouw zeggen dat zij er aantrekkelijk uitziet mag niet omdat je dan in aanmerking komt voor grensoverschrijdend seksueel gedrag. 3) praten over wat ‘vrouwen’ zo vrouwelijk maakt of wat voor mannen zo typerend mannelijk is zou de indruk kunnen wekken dat je een zwart-wit-denker bent die op ongenuanceerde wijze heel veel andere mensen buitensluit; en daardoor je schuldig maakt aan het ondermijnen van de inclusiviteit.  4) uitspraken doen als ‘de Nederlanders dit’ of ‘de jongeren zus’ en ‘de Telegraaf-lezers zo’ mag ook niet omdat je dan te veel mensen op één hoop gooit die zich daar niet in herkennen; en zich daarom op onheuse wijze bejegend voelen’.  5) commentaar geven, vooral in kritische zin op een publiek figuur ligt ook zeer gevoelig omdat hij/zij daar geen expliciet toestemming voor heeft gegeven; en daardoor zich, ongevraagd, aangetast kan voelen in zijn eer en naam.  6) nafluiten op straat of ongepast en intimiderend nastaren mag niet 7) zonder toestemming een arm op de schouder leggen, knijpen omhelzen of zoenen, ook al is dit uit spontaan enthousiasme of ter aanmoediging, mag ook niet.  8) sowieso is elke lichamelijke aanraking, hoe neutraal/vriendelijk ook bedoeld uit den boze 9) ongepaste, seksuele getinte grappen maken mag niet. 10) wat tegenwoordig ook niet mag is: als (sport)begeleider een pupil voedingsadvies geven: gevalletje ‘bodyshaming’.   En dit zijn ook nog eens de meest voor-de-hand-liggende voorbeelden.  En nu komt het: vanwege de persoonlijke gevoeligheden van de één, zal een (willekeurig) ander persoon daardoor extra gevoelig worden voor mogelijke overtredingen; en daarom als een blindeman met een blindenstok (of moet ik zeggen ‘kijker-uitgedaagd met hulpmiddel’) zich, al behoedzaam-aftastend door de samenleving bewegen.  Op zijn zachtst gezegd: alle spontaniteit is hiermee voorgoed  weggevaagd; en zal het aantal angststoornissen onder mensen doen toenemen.  Misschien wel goed voor de portemonnee van de hulpverlener, maar slecht voor de verbinding die we met zijn allen toch nastreven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zoals zo vaak: het wangedrag van enkelen kan het verpesten voor de groep als geheel.  Maar goed, het wangedrag van die enkelingen is wel zo ernstig dat het wellicht een samenlevings-kramp rechtvaardigt.  De geest van grensoverschrijdend gedrag is uit de fles; en zal nog lange tijd rondwaren.  Dus, pas op!&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
			<pubDate>Mon, 06 Feb 2023 08:14:57 +0100</pubDate>
			
			
			<guid>https://archief.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/mag-ook-niet/</guid>
		</item>
		

	</channel>
</rss>